Vertaling van kleren
Inhoud:
Nederlands
Frans
kleding , goed , kleren {eigenn.}
vêtements
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Frans
Mary begon haar kleren uit te trekken.
Marie commença à se déshabiller.
Ze wou de vuile kleren wassen.
Elle voulait laver les vêtements sales.
Mijn kleren waren vuil van de olie.
Mes habits étaient souillés d'huile.
Ik was beschaamd om in oude kleren uit te gaan.
J'avais honte de sortir avec de vieilles fringues.
Je ziet er goed uit in die kleren.
Tu as belle allure dans ces vêtements.
"Je kleren worden nog vies." "Geeft niet. Ze waren toch al niet echt schoon."
« Tu vas salir tes habits. » « Ne t'en fais pas. Ils n'étaient pas très propres à l'origine. »