Vertaling van komen

Inhoud:

Nederlands
Frans
komen {ww.}
venir 
s'abouler
Kan je komen?
Pouvez-vous venir ?
Kunt ge zondagavond komen?
Peux-tu venir dimanche soir ?
Komen [o] {eigenn.}
Comines


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Frans

Kunt ge zondagavond komen?

Peux-tu venir dimanche soir ?

Je hoefde niet te komen.

Vous n'aviez pas besoin de venir.

Waarom kunt ge niet komen?

Pourquoi ne peux-tu pas venir ?

Hoe gaan we daar komen?

Comment allons-nous y parvenir ?

Jullie moeten niet komen morgen.

Vous n'avez pas besoin de venir demain.

Ze beloofde me te komen.

Elle me promit qu'elle viendrait.

Nick moet niet naar mijn bureau komen.

Nick n'a pas besoin de venir à mon bureau.

Als hij tijd heeft, zal hij komen.

S'il a le temps, il viendra.

Hij zal komen als ge hem roept.

Il viendra si tu l'appelles.

Hij beloofde me om vroeg te komen.

Il m'a promis qu'il viendrait tôt.

Reuzenpanda's komen alleen in China voor.

Les grands pandas vivent seulement en Chine.

Veel Engelse woorden komen uit het Latijn.

Beaucoup de mots anglais sont d'origine latine.

Ze komen uit het zuiden van Frankrijk.

Ils viennent du sud de la France.

We denken dat hij zal komen.

Nous pensons qu'il viendra.

Ik nodig iedereen uit die wil komen.

J'invite qui veut bien venir.


Gerelateerd aan komen

Komen