Vertaling van praten

Inhoud:

Nederlands
Frans
babbelen, keuvelen, praten {ww.}
babiller
bavarder 

wij praten
jullie praten
zij praten

nous babillons
vous babillez
ils/elles babillent
» meer vervoegingen van babiller

spreken, praten {ww.}
parler 

wij praten
jullie praten
zij praten

nous parlons
vous parlez
ils/elles parlent
» meer vervoegingen van parler

Kunnen we praten?
Pouvons-nous parler ?
Hij kan Japans spreken.
Il sait parler japonais.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Frans

Wij praten graag.

Nous apprécions de converser.

Kunnen we praten?

Pouvons-nous parler ?

Hij stopte plotseling met praten.

Il s'arrêta soudain de parler.

Tom wil niet erover praten.

Tom ne veut pas en parler.

We zullen er later over praten.

Nous en parlerons plus tard.

Laten we er na school over praten.

Parlons-en après l'école.

Tom bleef maar praten en liet Mary er geen woord tussen krijgen.

Tom n'a pas arrêté de parler sans laisser Mary toucher un seul mot.


Gerelateerd aan praten

babbelen - keuvelen - spreken