Vertaling van schoon

Inhoud:

Nederlands
Frans
fraai, mooi, knap, net, schoon {bn.}
beau 
helder, louter, schoon, proper, puur, rein, zindelijk, zuiver {bn.}
propre 
pur 


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Frans

Schoon

Propre

Nieuwe bezems vegen schoon.

Tout nouveau, tout beau.

Alleen de waarheid is schoon.

Rien n'est beau que le vrai.

Help je me even de kamer schoon te maken?

M'aiderez-vous à nettoyer la pièce ?

"Je kleren worden nog vies." "Geeft niet. Ze waren toch al niet echt schoon."

« Tu vas salir tes habits. » « Ne t'en fais pas. Ils n'étaient pas très propres à l'origine. »


Gerelateerd aan schoon

fraai - mooi - knap - net - helder - louter - proper - puur - rein - zindelijk - zuiver