Vertaling van verzamelen
Inhoud:
Nederlands
Frans
verzamelen, bijeenbrengen, bijeengaren, bijeenkrijgen, rapen, samenbrengen, verenigen, vergaren, paren, vergaderen, accumuleren, ophopen, opeenhopen {ww.}
wij verzamelen
jullie verzamelen
zij verzamelen
nous accumulons
vous accumulez
ils/elles accumulent
» meer vervoegingen van accumuler
samenvoegen, aggregeren, bijeenhopen, verzamelen {ww.}
agréger
wij verzamelen
jullie verzamelen
zij verzamelen
nous agrégeons
vous agrégez
ils/elles agrègent
» meer vervoegingen van agréger
wij verzamelen
jullie verzamelen
zij verzamelen
nous rassemblons
vous rassemblez
ils/elles rassemblent
» meer vervoegingen van rassembler
collecteren, innen, inzamelen, oogsten, plukken, rapen, verzamelen {ww.}
wij verzamelen
jullie verzamelen
zij verzamelen
nous recueillons
vous recueillez
ils/elles recueillent
» meer vervoegingen van recueillir
Je moet meer informatie verzamelen.
Vous devez recueillir des informations complémentaires.