Vertaling van bezit

Inhoud:

Nederlands
Italiaans
bezit [o] {zn.}
possesso
Portugal heeft gedecriminaliseerd het persoonlijk bezit van drugs.
Il Portogallo ha depenalizzato il possesso personale di droghe.
bezit [o], bezitting [v], eigendom [o], goed, vermogen {zn.}
possesso
actief [o], bedrijvende vorm [m], bezit [o], tegoed {zn.}
attivo
bezitten, erop nahouden, rijk zijn {ww.}
possedere

ik bezit
jij bezit
hij/zij/het bezit

io possiedo
tu possiedi
lui/lei/Lei possiede
» meer vervoegingen van possedere



Gerelateerd aan bezit

bezitting - eigendom - goed - vermogen - actief - bedrijvende vorm - tegoed - bezitten - erop nahouden - rijk zijn