Vertaling van bril

Inhoud:

Nederlands
Italiaans
bril [m] {eigenn.}
occhiali
bril [m], zetel [m] {zn.}
posto


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Italiaans

Ik kan lezen zonder bril.

Riesco a leggere senza occhiali.

Het jongetje draagt een bril.

Il ragazzo porta gli occhiali.


Gerelateerd aan bril

zetel