Vertaling van chef
Inhoud:
Nederlands
Italiaans
chef , chefkok {zn.}
capocuoco
aanvoerder , baas , chef , hoofd , opperhoofd {zn.}
capo
Je praat alsof je de baas bent.
Tu parli come se fossi il capo.
Heb je een goede verstandhouding met je baas?
Vai d'accordo con il tuo capo?
aanvoerder , baas , chef , gebieder {zn.}
capo