Vertaling van dragen
Inhoud:
Nederlands
Italiaans
dragen, schoren, steunen, ondersteunen, ruggesteunen, schragen {ww.}
appoggiare
sostenere
poggiare
sostenere
poggiare
wij dragen
jullie dragen
zij dragen
noi appoggiamo
voi/Voi appoggiate
loro/Loro appoggiano
» meer vervoegingen van appoggiare
aanhebben, dragen, ophebben, voorhebben {ww.}
portare
wij dragen
jullie dragen
zij dragen
noi portiamo
voi/Voi portate
loro/Loro portano
» meer vervoegingen van portare
Ik kan deze koffer niet zelf dragen.
Non riesco a portare questa valigia da sola.
brengen, dragen, voeren, voorhebben {ww.}
portare
wij dragen
jullie dragen
zij dragen
noi portiamo
voi/Voi portate
loro/Loro portano
» meer vervoegingen van portare
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Italiaans
We moeten een uniform dragen op school.
Dobbiamo indossare l'uniforma scolastica a scuola.
Ik kan deze koffer niet zelf dragen.
Non riesco a portare questa valigia da sola.
We zijn het gewend om schoenen te dragen.
Noi siamo abituate a indossare delle scarpe.