Vertaling van eten

Inhoud:

Nederlands
Italiaans
bikken, gebruiken, eten, vreten, nuttigen {ww.}
mangiare

wij eten
jullie eten
zij eten

noi mangiamo
voi/Voi mangiate
loro/Loro mangiano
» meer vervoegingen van mangiare

Wil je iets eten?
Vorrebbe mangiare qualcosa?
Wanneer kunnen we eten?
Quando possiamo mangiare?


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Italiaans

Wil je iets eten?

Vorrebbe mangiare qualcosa?

Wanneer kunnen we eten?

Quando possiamo mangiare?

Kan ik dit eten?

Posso mangiarla?

Zij eten een boterham.

Loro mangiano un tramezzino.

Wat eten we vanavond?

Che mangiamo questa sera?

Eekhoorntjes eten hazelnoten.

Gli scoiattoli mangiano le nocciole.

Waar wil je eten?

Dove vuoi mangiare?

Hou je van heet eten?

Le piace il cibo speziato?

Geef mij iets te eten.

Mi dia qualcosa da mangiare.

Ja mag hier niet eten.

Non puoi mangiare qui.

Hou je van Indonesisch eten?

Ti piace il cibo indonesiano?

Ik zou graag iets eten.

Vorrei qualcosa da mangiare.

Je mag niet te veel eten.

Voi non dovete mangiare troppo.

Ze hadden niet veel om te eten.

Non avevano molto cibo da mangiare.

Laten we uit eten gaan vanavond.

Mangiamo fuori stasera.


Gerelateerd aan eten

bikken - gebruiken - vreten - nuttigen