Vertaling van familie
Inhoud:
Nederlands
Italiaans
familie , gezin , huis , huisgezin {zn.}
famiglia
We zijn haast een gezin.
Siamo quasi una famiglia.
Ik heb een groot gezin.
Ho una grande famiglia.
familie , verwanten, bloedverwanten {zn.}
parentado
geslacht , huis , pand , familie {zn.}
casa
Dat huis is groot.
Quella casa è grande.
Dit is hun huis.
Questa è casa loro.
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Italiaans
Weet je iets over je familie?
Sai niente della tua famiglia?
Al mijn vrienden en familie zijn dood.
Tutti i miei amici e la mia famiglia sono morti.