Vertaling van sneeuwen

Inhoud:

Nederlands
Italiaans
sneeuwen {ww.}
nevicare

hij/zij/het zal sneeuwen
hij/zij/het zult sneeuwen

lui/lei/Lei nevicherà
lui/lei/Lei nevicherebbe
» meer vervoegingen van nevicare

Vanmiddag gaat het misschien sneeuwen.
Questo pomeriggio potrebbe nevicare.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Italiaans

Morgen gaat het sneeuwen.

Domani nevicherà.

Morgen gaat het sneeuwen.

Nevicherà domani.

Vanmiddag gaat het misschien sneeuwen.

Questo pomeriggio potrebbe nevicare.

Het was aan het sneeuwen wanneer ik de gordijnen opende.

Quando ho aperto le tende stava nevicando.