Vertaling van vis
Inhoud:
Nederlands
Italiaans
vis {zn.}
pesce
Ik hou van vis.
Mi piace il pesce.
Ik ben allergisch voor vis.
Sono allergica al pesce.
vissen {ww.}
pescare
ik vis
io pesco
» meer vervoegingen van pescare
Hij houdt van vissen.
Gli piace pescare.
Zij houdt erg van vissen.
Lei ama pescare.
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Italiaans
Ik hou van vis.
Mi piace il pesce.
Ik ben allergisch voor vis.
Sono allergica al pesce.
Een vis op het droge.
Un pesce fuor d'acqua.
Hoe heet deze vis in het Engels?
Come si chiama questo pesce in inglese?
Heeft u ooit rauwe vis gegeten?
Avete mai mangiato del pesce crudo?
De oude heeft een grote vis gevangen.
Il vecchio catturò un grosso pesce.
Ik zou liever een vogel dan een vis zijn.
Preferirei essere un uccello che un pesce.