Vertaling van vrij
Inhoud:
Nederlands
Italiaans
los, onbelemmerd, onbezet, open, vlot, vrij, vrijgesteld {bn.}
libero
basta, genoeg, nogal, tamelijk, vrij, voldoende {bw.}
abbastanza
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Italiaans
Het is vrij koud.
C'è abbastanza freddo.
Ik ben vrij op zondag.
Sono libero la domenica.
De Japanse economie ontwikkelde zich vrij snel.
L'economia giapponese si è sviluppata velocemente.
Hij beval hen om de gevangenen vrij te laten.
Lui gli ordinò di liberare i prigionieri.