Vertaling van was

Inhoud:

Nederlands
Italiaans
stijging [v], opstijging [v], opgang, opkomst, was {zn.}
alba
de was doen, wassen, uitwassen {ww.}
lavare

ik was

io lavo
» meer vervoegingen van lavare

de was doen, logen, wassen {ww.}
lavare

ik was

io lavo
» meer vervoegingen van lavare

opgaan, opkomen, opstaan, rijzen, stijgen, verrijzen, wassen {ww.}
salire

ik was

io salgo
» meer vervoegingen van salire

mengen, mixen, temperen, vermengen, verwarren, wassen {ww.}
mescolare

ik was

io mescolo
» meer vervoegingen van mescolare

gedijen, groeien, toenemen, wassen, aanwassen {ww.}
crescere

ik was

io cresco
» meer vervoegingen van crescere



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Italiaans

Haar toespraak was uitmuntend.

Il suo discorso è stato eccellente.

De kamer was warm.

La stanza era calda.

Ik was lerares.

Ero insegnante.

Ik was erg moe.

Ero molto stanco.

Hij was erg moe.

Lui era molto stanco.

Het was dringend.

Era urgente.

Ze was dapper.

Lei era coraggiosa.

Was Ken gisteren thuis?

Ken era a casa ieri?

Gisteren was het bewolkt.

Ieri è stato nuvoloso.

Hoe was je weekend?

Com'è stato il tuo weekend?

Dat was een leugen.

Quella era una menzogna.

Ik was mij.

Mi lavo.

Vroeger was alles beter.

Tutto era migliore in passato.

Dit was een leugen.

Questa era una menzogna.

Hij was helemaal bezweet.

Lui era ricoperto di sudore.