Vertaling van zijn

Inhoud:

Nederlands
Italiaans
zijn, z'n, zijne {bez. vnw.}
suo
bestaan [o], zijn, existentie {zn.}
esistenza


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Italiaans

Zijn schoenen zijn bruin.

Le sue scarpe sono marroni.

We zijn leerlingen.

Noi siamo studenti.

Beide zussen zijn blondines.

Le sorelle sono entrambe bionde.

Bananen zijn geel.

Le banane sono gialle.

We zijn studenten.

Siamo studenti.

Ze zijn verstandige meisjes.

Sono ragazze serie.

Jullie zijn erg sexy.

Sei molto sexy.

Deze brillen zijn mooi.

Questi occhiali sono belli.

Laat ons eerlijk zijn.

Siamo onesti!

We zijn mannen.

Siamo uomini.

Laten we vrienden zijn.

Diventiamo amiche.

Ballen zijn rond.

I palloni sono rotondi.

Waar zijn wij?

Dove siamo?

We zijn buiten gevaar.

Noi siamo fuori pericolo.

Wanneer zijn jullie geboren?

Quando sei nato?


Gerelateerd aan zijn

z'n - zijne - bestaan - existentie