Vertaling van aankoeken
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
aanbakken, vastbakken, aankoeken {ww.}
aanbakken
vastbakken
aankoeken {ww.}
vastbakken
aankoeken {ww.}
hij/zij/het zal aanbakken
zij zult aanbakken
hij/zij/het zal aanbakken
hij/zij/het zal aanbakken
zij zult aanbakken
hij/zij/het zal aanbakken
» meer vervoegingen van aanbakken