Vertaling van aanlengen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
aanlengen {ww.}
aanlengen {ww.}
ik zal aanlengen
jij zult aanlengen
hij/zij/het zal aanlengen
ik zal aanlengen
jij zult aanlengen
hij/zij/het zal aanlengen
» meer vervoegingen van aanlengen
aanlengen {ww.}
aanlengen {ww.}
ik zal aanlengen
jij zult aanlengen
hij/zij/het zal aanlengen
ik zal aanlengen
jij zult aanlengen
hij/zij/het zal aanlengen
» meer vervoegingen van aanlengen