Vertaling van ach
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
ach, ah, ha, oh, och {tw}
ach
ah
ha
oh
och {tw}
ah
ha
oh
och {tw}
ach, wee {bw.}
ach
wee {bw.}
wee {bw.}
ach, och {tw}
ach
och {tw}
och {tw}
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
Ach, je bent naar de kapper geweest.
Ach, je bent naar de kapper geweest.
Ach, je bent naar de kapper geweest.
Ach, je bent naar de kapper geweest.
"Ach wat..." dacht Dima. "Ik geloof niet dat ik op zo'n moment als nu kieskeurig mag zijn."
"Ach wat..." dacht Dima. "Ik geloof niet dat ik op zo'n moment als nu kieskeurig mag zijn."