Vertaling van ander

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
ander [m], iemand anders {zn.}
ander [m]
iemand anders {zn.}
Vraag alsjeblieft iemand anders.
Vraag alsjeblieft iemand anders.
Kan iemand anders antwoorden?
Kan iemand anders antwoorden?
ander, andere {bn.}
ander
andere {bn.}
ander {bn.}
ander {bn.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Dat is een ander probleem.

Dat is een ander probleem.

Geef me een ander voorbeeld.

Geef me een ander voorbeeld.

Uiteindelijk koos ze een ander kattejong.

Uiteindelijk koos ze een ander kattejong.

Geef me een ander voorbeeld alsjeblieft.

Geef me een ander voorbeeld alsjeblieft.

Ik heb dat verhaal in een of ander boek gelezen.

Ik heb dat verhaal in een of ander boek gelezen.

Een persoon kan een ander persoon nooit helemaal begrijpen.

Een persoon kan een ander persoon nooit helemaal begrijpen.

De één zijn dood is de ander zijn brood.

De één zijn dood is de ander zijn brood.

De ene hand wast de ander

De ene hand wast de ander

Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.

Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.

Vergeef vaak een ander, nooit jezelf

Vergeef vaak een ander, nooit jezelf

Het medicijn van de een is het vergif van de ander

Het medicijn van de een is het vergif van de ander

Een ander zegt iets anders", "Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is

Een ander zegt iets anders", "Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is

Mix in een ander kommetje het zelfrijzend bakmeel met het zuiveringszout, de kaneel en de nootmuskaat.

Mix in een ander kommetje het zelfrijzend bakmeel met het zuiveringszout, de kaneel en de nootmuskaat.


Gerelateerd aan ander

iemand anders - andereverschillend