Vertaling van ander
iemand anders {zn.}
andere {bn.}
Voorbeelden in zinsverband
Dat is een ander probleem.
Dat is een ander probleem.
Geef me een ander voorbeeld.
Geef me een ander voorbeeld.
Uiteindelijk koos ze een ander kattejong.
Uiteindelijk koos ze een ander kattejong.
Geef me een ander voorbeeld alsjeblieft.
Geef me een ander voorbeeld alsjeblieft.
Ik heb dat verhaal in een of ander boek gelezen.
Ik heb dat verhaal in een of ander boek gelezen.
Een persoon kan een ander persoon nooit helemaal begrijpen.
Een persoon kan een ander persoon nooit helemaal begrijpen.
De één zijn dood is de ander zijn brood.
De één zijn dood is de ander zijn brood.
De ene hand wast de ander
De ene hand wast de ander
Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.
Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.
Vergeef vaak een ander, nooit jezelf
Vergeef vaak een ander, nooit jezelf
Het medicijn van de een is het vergif van de ander
Het medicijn van de een is het vergif van de ander
Een ander zegt iets anders", "Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is
Een ander zegt iets anders", "Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is
Mix in een ander kommetje het zelfrijzend bakmeel met het zuiveringszout, de kaneel en de nootmuskaat.
Mix in een ander kommetje het zelfrijzend bakmeel met het zuiveringszout, de kaneel en de nootmuskaat.