Vertaling van autoriteit

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
autoriteit [v], gezaghebber {zn.}
autoriteit [v]
gezaghebber {zn.}
Argument uit eerbied, beroep op autoriteit
Argument uit eerbied, beroep op autoriteit
Triviale zaken zijn niet de zorg van de autoriteit (koning, wet)
Triviale zaken zijn niet de zorg van de autoriteit (koning, wet)
autoriteit [v], gezag {zn.}
autoriteit [v]
gezag {zn.}
Noch macht, noch rijkdom, maar slechts het gezag van de wetenschap blijft bestaan
Noch macht, noch rijkdom, maar slechts het gezag van de wetenschap blijft bestaan
autoriteit [v], gezag {zn.}
autoriteit [v]
gezag {zn.}
autoriteit [v], gezag {zn.}
autoriteit [v]
gezag {zn.}
autoriteit [v], gezag, prestige {zn.}
autoriteit [v]
gezag
prestige {zn.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Argument uit eerbied, beroep op autoriteit

Argument uit eerbied, beroep op autoriteit

Triviale zaken zijn niet de zorg van de autoriteit (koning, wet)

Triviale zaken zijn niet de zorg van de autoriteit (koning, wet)


Gerelateerd aan autoriteit

gezaghebber - gezag - prestige