Vertaling van bandeloos
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
bandeloos, ongebreideld, teugelloos {bn.}
bandeloos
ongebreideld
teugelloos {bn.}
ongebreideld
teugelloos {bn.}
bandeloos, losgeslagen, ongeremd {bn.}
bandeloos
losgeslagen
ongeremd {bn.}
losgeslagen
ongeremd {bn.}