Vertaling van beschaamd
beschaamd maken {ww.}
ik heb beschaamd
jij hebt beschaamd
hij/zij/het heeft beschaamd
ik heb beschaamd
jij hebt beschaamd
hij/zij/het heeft beschaamd
» meer vervoegingen van beschamen
schaamtevol
beschaamd {bn.}
ik heb beschaamd
jij hebt beschaamd
hij/zij/het heeft beschaamd
ik heb beschaamd
jij hebt beschaamd
hij/zij/het heeft beschaamd
» meer vervoegingen van beschamen
Voorbeelden in zinsverband
Zijn moeder was beschaamd over hem.
Zijn moeder was beschaamd over hem.
Zijt ge niet beschaamd, zo te spreken?
Zijt ge niet beschaamd, zo te spreken?
Ik ben beschaamd om haar te zien.
Ik ben beschaamd om haar te zien.
Ik was beschaamd om in oude kleren uit te gaan.
Ik was beschaamd om in oude kleren uit te gaan.
Ze was niet beschaamd om me een vraag te stellen.
Ze was niet beschaamd om me een vraag te stellen.
Ik ben beschaamd over de luiheid van mijn zoon.
Ik ben beschaamd over de luiheid van mijn zoon.