Vertaling van bezetting
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
bezetting {zn.}
bezetting {zn.}
bezetting {zn.}
bezetting {zn.}
gereedschap , bezetting {zn.}
gereedschap
bezetting {zn.}
bezetting {zn.}
Een slechte schrijnwerker geeft de schuld aan zijn gereedschap.
Een slechte schrijnwerker geeft de schuld aan zijn gereedschap.
rolbezetting , bezetting {zn.}
rolbezetting
bezetting {zn.}
bezetting {zn.}
garnizoen , bezetting {zn.}
garnizoen
bezetting {zn.}
bezetting {zn.}
benauwdheid , bezetting {zn.}
benauwdheid
bezetting {zn.}
bezetting {zn.}
Een kat in benauwdheid maakt rare sprongen.
Een kat in benauwdheid maakt rare sprongen.