Vertaling van bezinken
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
bezinken {ww.}
bezinken {ww.}
hij/zij/het bezinkt
zij bezinken
hij/zij/het bezinkt
zij bezinken
» meer vervoegingen van bezinken
bezinken {ww.}
bezinken {ww.}
hij/zij/het bezinkt
zij bezinken
hij/zij/het bezinkt
zij bezinken
» meer vervoegingen van bezinken
zich vasthechten, bezinken {ww.}
zich vasthechten
bezinken {ww.}
bezinken {ww.}
hij/zij/het bezinkt
zij bezinken
hij/zij/het bezinkt
zij bezinken
» meer vervoegingen van bezinken
bezinken {ww.}
bezinken {ww.}
hij/zij/het bezinkt
zij bezinken
hij/zij/het bezinkt
zij bezinken
» meer vervoegingen van bezinken