Vertaling van bibliotheek

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
bibliotheek [v], boekenverzameling [v] {zn.}
bibliotheek [v]
boekenverzameling [v] {zn.}
Waar is de bibliotheek?
Waar is de bibliotheek?
De bibliotheek is naar rechts.
De bibliotheek is naar rechts.
bibliotheek [v], boekhandel [m], boekwinkel [m], boekerij, bieb {zn.}
bibliotheek [v]
boekhandel [m]
boekwinkel [m]
boekerij
bieb {zn.}
Voor mijn huis bevindt zich een boekhandel.
Voor mijn huis bevindt zich een boekhandel.
Je kunt het in om het even welke boekhandel krijgen.
Je kunt het in om het even welke boekhandel krijgen.
bibliotheek [v], bieb, boekerij [v] {zn.}
bibliotheek [v]
bieb
boekerij [v] {zn.}
Ik zie je morgen in de bibliotheek.
Ik zie je morgen in de bibliotheek.
Ik zie je morgen in de bibliotheek.
Ik zie je morgen in de bibliotheek.
bibliotheek [v] (de ~), bieb, bib {zn.}
bibliotheek [v] (de ~)
bieb
bib {zn.}
Ik zie je morgen in de bibliotheek.
Ik zie je morgen in de bibliotheek.
bibliotheek [v] (de ~), boekerij [v] (de ~), boekenverzameling {zn.}
bibliotheek [v] (de ~)
boekerij [v] (de ~)
boekenverzameling {zn.}
bibliotheek {zn.}
bibliotheek {zn.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Waar is de bibliotheek?

Waar is de bibliotheek?

De bibliotheek is naar rechts.

De bibliotheek is naar rechts.

Ik zie je morgen in de bibliotheek.

Ik zie je morgen in de bibliotheek.

Ik zie je morgen in de bibliotheek.

Ik zie je morgen in de bibliotheek.

Ik zie je morgen in de bibliotheek.

Ik zie je morgen in de bibliotheek.

De vrouwen staan voor de bibliotheek.

De vrouwen staan voor de bibliotheek.

In de bibliotheek zijn veel gekken.

In de bibliotheek zijn veel gekken.

Wees stil in de bibliotheek, jongens.

Wees stil in de bibliotheek, jongens.

Ik heb toegang tot zijn bibliotheek.

Ik heb toegang tot zijn bibliotheek.

Ik zag John in de bibliotheek.

Ik zag John in de bibliotheek.

Ik zie je morgen in de bibliotheek.

Ik zie je morgen in de bibliotheek.

Hij rijdt dikwijls naar de bibliotheek.

Hij rijdt dikwijls naar de bibliotheek.

Ik moet deze boeken terugbrengen naar de bibliotheek.

Ik moet deze boeken terugbrengen naar de bibliotheek.

Taninna gaat naar de bibliotheek en studeert iedere dag.

Taninna gaat naar de bibliotheek en studeert iedere dag.

Morgen breng ik de boeken naar de bibliotheek.

Morgen breng ik de boeken naar de bibliotheek.


Gerelateerd aan bibliotheek

boekenverzameling - boekhandel - boekwinkel - boekerij - bieb - bibinstelling - verzameling - ruimte