Vertaling van discipel

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
discipel [m] {zn.}
discipel [m] {zn.}
aanhanger, discipel [m] (de ~), adept, apostel [m] (de ~) {zn.}
aanhanger
discipel [m] (de ~)
adept
apostel [m] (de ~) {zn.}
Ik ben geen aanhanger van de theorie dat je Latijn moet leren om Engels beter te begrijpen.
Ik ben geen aanhanger van de theorie dat je Latijn moet leren om Engels beter te begrijpen.


Gerelateerd aan discipel

aanhanger - adept - apostelvolgeling