Vertaling van doorweken
Nederlands
Nederlands
doorweken {ww.}
doorweken {ww.}
ik doorweek
jij doorweekt
hij/zij/het doorweekt
ik doorweek
jij doorweekt
hij/zij/het doorweekt
» meer vervoegingen van doorweken
ik doorweek
jij doorweekt
hij/zij/het doorweekt
ik doorweek
jij doorweekt
hij/zij/het doorweekt
» meer vervoegingen van doorweken