Vertaling van elastisch
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
elastisch, rekbaar, soepel, veerkrachtig {bn.}
elastisch
rekbaar
soepel
veerkrachtig {bn.}
rekbaar
soepel
veerkrachtig {bn.}
rekbaar, elastisch, rekkelijk, veerkrachtig {bn.}
rekbaar
elastisch
rekkelijk
veerkrachtig {bn.}
elastisch
rekkelijk
veerkrachtig {bn.}