Vertaling van gezouten
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
gezouten {bn.}
gezouten {bn.}
gezouten {bn.}
gezouten {bn.}
gezouten, onbedekt, onbewimpeld, ongezouten, onverbloemd, onverholen {bn.}
gezouten
onbedekt
onbewimpeld
ongezouten
onverbloemd
onverholen {bn.}
onbedekt
onbewimpeld
ongezouten
onverbloemd
onverholen {bn.}
in het zout leggen, zouten, inmaken, pekelen, inleggen {ww.}
in het zout leggen
zouten
inmaken
pekelen
inleggen {ww.}
zouten
inmaken
pekelen
inleggen {ww.}
ik heb ingelegd
ik had ingelegd
ik zal ingelegd hebben
ik heb gezouten
ik had gezouten
ik zal gezouten hebben
» meer vervoegingen van zouten
zouten {ww.}
zouten {ww.}
ik heb gezouten
ik had gezouten
ik zal gezouten hebben
ik heb gezouten
ik had gezouten
ik zal gezouten hebben
» meer vervoegingen van zouten
zouten {ww.}
zouten {ww.}
ik heb gezouten
ik had gezouten
ik zal gezouten hebben
ik heb gezouten
ik had gezouten
ik zal gezouten hebben
» meer vervoegingen van zouten
pekelen, inpekelen, zouten, inzouten {ww.}
pekelen
inpekelen
zouten
inzouten {ww.}
inpekelen
zouten
inzouten {ww.}
ik heb ingepekeld
ik had ingepekeld
ik zal ingepekeld hebben
ik heb gepekeld
ik had gepekeld
ik zal gepekeld hebben
» meer vervoegingen van pekelen