Vertaling van handdoek
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
handdoek {zn.}
handdoek {zn.}
Breng me een handdoek.
Breng me een handdoek.
Deze handdoek voelt ruw aan.
Deze handdoek voelt ruw aan.
handdoek {zn.}
handdoek {zn.}
Ik zal nog een handdoek brengen.
Ik zal nog een handdoek brengen.
"Waar ben je precies, Dima?!" vroeg Al-Sayib, terwijl hij een handdoek pakte om de gemorste Fanta weg te vegen.
"Waar ben je precies, Dima?!" vroeg Al-Sayib, terwijl hij een handdoek pakte om de gemorste Fanta weg te vegen.
handdoek {zn.}
handdoek {zn.}
handdoek, keukenhanddoek, keukendoek, afdroogdoek, theedoek {zn.}
handdoek
keukenhanddoek
keukendoek
afdroogdoek
theedoek {zn.}
keukenhanddoek
keukendoek
afdroogdoek
theedoek {zn.}
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
Breng me een handdoek.
Breng me een handdoek.
Deze handdoek voelt ruw aan.
Deze handdoek voelt ruw aan.
Ik zal nog een handdoek brengen.
Ik zal nog een handdoek brengen.
"Waar ben je precies, Dima?!" vroeg Al-Sayib, terwijl hij een handdoek pakte om de gemorste Fanta weg te vegen.
"Waar ben je precies, Dima?!" vroeg Al-Sayib, terwijl hij een handdoek pakte om de gemorste Fanta weg te vegen.