Vertaling van heuvel

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
heuvel [m] {zn.}
heuvel [m] {zn.}
Ik liep de heuvel op.
Ik liep de heuvel op.
De heuvel was bedekt met sneeuw.
De heuvel was bedekt met sneeuw.
heuvel [m], hoogte, verhoging [v], verhevenheid [v], verheffing {zn.}
heuvel [m]
hoogte
verhoging [v]
verhevenheid [v]
verheffing {zn.}
Meervoud van verhevenheid
Meervoud van verhevenheid
Mijn huis staat op een heuvel.
Mijn huis staat op een heuvel.
heuvel [m] (de ~) {zn.}
heuvel [m] (de ~) {zn.}
Ze begonnen de heuvel te beklimmen.
Ze begonnen de heuvel te beklimmen.
Het gras aan de andere kant van de heuvel is altijd groener.
Het gras aan de andere kant van de heuvel is altijd groener.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Ik liep de heuvel op.

Ik liep de heuvel op.

De heuvel was bedekt met sneeuw.

De heuvel was bedekt met sneeuw.

Mijn huis staat op een heuvel.

Mijn huis staat op een heuvel.

Ze begonnen de heuvel te beklimmen.

Ze begonnen de heuvel te beklimmen.

Het gras aan de andere kant van de heuvel is altijd groener.

Het gras aan de andere kant van de heuvel is altijd groener.

Vanuit de verte gezien ziet de heuvel eruit als een olifant.

Vanuit de verte gezien ziet de heuvel eruit als een olifant.


Gerelateerd aan heuvel

hoogte - verhoging - verhevenheid - verheffingterreinverheffing