Vertaling van imputeren
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
nadragen, aanwrijven, inwrijven, imputeren, aantijgen, aanrekenen, verwijten {ww.}
nadragen
aanwrijven
inwrijven
imputeren
aantijgen
aanrekenen
verwijten {ww.}
aanwrijven
inwrijven
imputeren
aantijgen
aanrekenen
verwijten {ww.}
ik reken aan
jij rekent aan
hij/zij/het rekent aan
ik draag na
jij draagt na
hij/zij/het draagt na
» meer vervoegingen van nadragen