Vertaling van jolig

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
jolig, luimig, opgewekt, welgemutst {bn.}
jolig
luimig
opgewekt
welgemutst {bn.}
uitgelaten, brooddronken, jolig, dol, uitbundig, uitzinnig {bn.}
uitgelaten
brooddronken
jolig
dol
uitbundig
uitzinnig {bn.}


Gerelateerd aan jolig

luimig - opgewekt - welgemutst - uitgelaten - brooddronken - dol - uitbundig - uitzinnig