Vertaling van karretje
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
wagen, kar, handkar, karretje {zn.}
wagen
kar
handkar
karretje {zn.}
kar
handkar
karretje {zn.}
Hij heeft een buitenlandse wagen.
Hij heeft een buitenlandse wagen.
Mijn vader en meneer Kimura hebben dezelfde wagen.
Mijn vader en meneer Kimura hebben dezelfde wagen.
kar, karretje, brik {zn.}
kar
karretje
brik {zn.}
karretje
brik {zn.}
winkelwagen , winkelwagentje, caddie, karretje, boodschappenwagentje {zn.}
winkelwagen
winkelwagentje
caddie
karretje
boodschappenwagentje {zn.}
winkelwagentje
caddie
karretje
boodschappenwagentje {zn.}