Vertaling van keuren
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
keuren, waarmerken, ijken {ww.}
keuren
waarmerken
ijken {ww.}
waarmerken
ijken {ww.}
ik ijk
jij ijkt
hij/zij/het ijkt
ik keur
jij keurt
hij/zij/het keurt
» meer vervoegingen van keuren
Dit, wat het midden is en tussen elk van beide is, keuren wij goed
Dit, wat het midden is en tussen elk van beide is, keuren wij goed
keuren, kritiseren, beoordelen {ww.}
keuren
kritiseren
beoordelen {ww.}
kritiseren
beoordelen {ww.}
ik beoordeel
jij beoordeelt
hij/zij/het beoordeelt
ik keur
jij keurt
hij/zij/het keurt
» meer vervoegingen van keuren
keuren {ww.}
keuren {ww.}
ik keur
jij keurt
hij/zij/het keurt
ik keur
jij keurt
hij/zij/het keurt
» meer vervoegingen van keuren
keuren, censureren {ww.}
keuren
censureren {ww.}
censureren {ww.}
ik censureer
jij censureert
hij/zij/het censureert
ik keur
jij keurt
hij/zij/het keurt
» meer vervoegingen van keuren
keuren {ww.}
keuren {ww.}
ik keur
jij keurt
hij/zij/het keurt
ik keur
jij keurt
hij/zij/het keurt
» meer vervoegingen van keuren