Vertaling van koekje
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
koekje {zn.}
koekje {zn.}
Een koekje ligt onder de tafel.
Een koekje ligt onder de tafel.
"Hou op te bedelen om een koekje, Tim," zei zijn moeder. "Je weet het: 'Kinderen die vragen, worden overgeslagen.'"
"Hou op te bedelen om een koekje, Tim," zei zijn moeder. "Je weet het: 'Kinderen die vragen, worden overgeslagen.'"
mop, koekje {zn.}
mop
koekje {zn.}
koekje {zn.}
Zijn mop was geweldig.
Zijn mop was geweldig.
Ik lachte om zijn mop.
Ik lachte om zijn mop.
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
Een koekje ligt onder de tafel.
Een koekje ligt onder de tafel.
"Hou op te bedelen om een koekje, Tim," zei zijn moeder. "Je weet het: 'Kinderen die vragen, worden overgeslagen.'"
"Hou op te bedelen om een koekje, Tim," zei zijn moeder. "Je weet het: 'Kinderen die vragen, worden overgeslagen.'"