Vertaling van lil
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
lil, aspic, dril, gelei {zn.}
lil
aspic
dril
gelei {zn.}
aspic
dril
gelei {zn.}
trillen, flakkeren, lillen, bibberen {ww.}
trillen
flakkeren
lillen
bibberen {ww.}
flakkeren
lillen
bibberen {ww.}
ik bibber
jij bibbert
hij/zij/het bibbert
ik tril
jij trilt
hij/zij/het trilt
» meer vervoegingen van trillen
Ze kon haar knieën voelen trillen.
Ze kon haar knieën voelen trillen.
lillen {ww.}
lillen {ww.}
ik lil
jij lilt
hij/zij/het lilt
ik lil
jij lilt
hij/zij/het lilt
» meer vervoegingen van lillen