Vertaling van materieel

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
materieel, stoffelijk {bn.}
materieel
stoffelijk {bn.}
materieel [o] (het ~), outillage [v] (de ~) {zn.}
materieel [o] (het ~)
outillage [v] (de ~) {zn.}
materiaal, materieel, grondstof {zn.}
materiaal
materieel
grondstof {zn.}
Ik wil een pak gemaakt van dit materiaal.
Ik wil een pak gemaakt van dit materiaal.
Ik heb nog niet genoeg materiaal verzameld om een boek te kunnen schrijven.
Ik heb nog niet genoeg materiaal verzameld om een boek te kunnen schrijven.
stoffelijk, materieel, substantief {bn.}
stoffelijk
materieel
substantief {bn.}


Gerelateerd aan materieel

stoffelijk - outillage - materiaal - grondstof - substantiefmateriaal - waarneembaar