Vertaling van neringdoende

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
winkelier, neringdoende {zn.}
winkelier
neringdoende {zn.}
"Wat voor gevoel?" vroeg de winkelier.
"Wat voor gevoel?" vroeg de winkelier.
"Nee," antwoordde de winkelier. "Ik meen het. U heeft het prijskaartje gezien."
"Nee," antwoordde de winkelier. "Ik meen het. U heeft het prijskaartje gezien."
winkelier [m] (de ~), wederverkoper [m] (de ~), middenstander [m] (de ~), neringdoende [m] (de ~), detaillist [m] (de ~) {zn.}
winkelier [m] (de ~)
wederverkoper [m] (de ~)
middenstander [m] (de ~)
neringdoende [m] (de ~)
detaillist [m] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan neringdoende

winkelier - wederverkoper - middenstander - detaillisthandelaar