Vertaling van oma

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
oma [v], grootje [o] {zn.}
oma [v]
grootje [o] {zn.}
Ik ga bij mijn oma.
Ik ga bij mijn oma.
Haar oma werd 88 jaar oud.
Haar oma werd 88 jaar oud.
best, grootmoeder [v], oma [v], bestje, bes, bestemoer {zn.}
best
grootmoeder [v]
oma [v]
bestje
bes
bestemoer {zn.}
Ik bezoek mijn grootmoeder in het ziekenhuis.
Ik bezoek mijn grootmoeder in het ziekenhuis.
Mijn grootmoeder maakte me een nieuwe jurk.
Mijn grootmoeder maakte me een nieuwe jurk.
grootmoeder [v] (de ~), oma [v] (de ~), opoe [v] (de ~), grootmama, grootje [v] (het ~) {zn.}
grootmoeder [v] (de ~)
oma [v] (de ~)
opoe [v] (de ~)
grootmama
grootje [v] (het ~) {zn.}
Mijn grootmoeder postte de brief vanmorgen.
Mijn grootmoeder postte de brief vanmorgen.
Ik bezoek mijn grootmoeder in het ziekenhuis.
Ik bezoek mijn grootmoeder in het ziekenhuis.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Ik ga bij mijn oma.

Ik ga bij mijn oma.

Haar oma werd 88 jaar oud.

Haar oma werd 88 jaar oud.

Toen ik klein was, kwamen opa en oma nog om op te passen. 's Avonds op bed las oma me voor. Of opa vertelde een verhaal.

Toen ik klein was, kwamen opa en oma nog om op te passen. 's Avonds op bed las oma me voor. Of opa vertelde een verhaal.

Op mijn bed ligt een gekleurde sprei, die mijn oma ooit gemaakt heeft.

Op mijn bed ligt een gekleurde sprei, die mijn oma ooit gemaakt heeft.


Gerelateerd aan oma

grootje - best - grootmoeder - bestje - bes - bestemoer - opoe - grootmamamoeder