Vertaling van onbetwistbaar

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
onbetwistbaar, onomstotelijk, onweerlegbaar, steekhoudend {bn.}
onbetwistbaar
onomstotelijk
onweerlegbaar
steekhoudend {bn.}
onaanvechtbaar, onbetwistbaar {bn.}
onaanvechtbaar
onbetwistbaar {bn.}
onweerlegbaar, apodictisch, indiscutabel, onbetwistbaar, onomstotelijk, ontegensprekelijk, ontegenzeglijk {bn.}
onweerlegbaar
apodictisch
indiscutabel
onbetwistbaar
onomstotelijk
ontegensprekelijk
ontegenzeglijk {bn.}