Vertaling van onmacht

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
onmacht {zn.}
onmacht {zn.}
onvermogen, onmacht {zn.}
onvermogen
onmacht {zn.}
Bewijs van onvermogen
Bewijs van onvermogen
onmacht [m] (de ~) {zn.}
onmacht [m] (de ~) {zn.}
zwijm, bezwijming [v], onmacht, flauwte [v] {zn.}
zwijm
bezwijming [v]
onmacht
flauwte [v] {zn.}


Gerelateerd aan onmacht

onvermogen - zwijm - bezwijming - flauwteinsolvabiliteit