Vertaling van pantser

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
pantser, kuras, rusting [v], harnas, bepantsering [v] {zn.}
pantser
kuras
rusting [v]
harnas
bepantsering [v] {zn.}
pantser [o] (het ~) {zn.}
pantser [o] (het ~) {zn.}
bepantseren, pantseren {ww.}
bepantseren
pantseren {ww.}

ik bepantser
jij bepantsert
hij/zij/het bepantsert

ik bepantser
jij bepantsert
hij/zij/het bepantsert
» meer vervoegingen van bepantseren

pantseren, blinderen {ww.}
pantseren
blinderen {ww.}

ik blindeer
jij blindeert
hij/zij/het blindeert

ik pantser
jij pantsert
hij/zij/het pantsert
» meer vervoegingen van pantseren

blindering, pantsering, pantser [o] (het ~) {zn.}
blindering
pantsering
pantser [o] (het ~) {zn.}
schild [o] (het ~), pantser [o] (het ~) {zn.}
schild [o] (het ~)
pantser [o] (het ~) {zn.}
Het leger gebruikt burgers als menselijk schild.
Het leger gebruikt burgers als menselijk schild.
harden, wapenen, pantseren {ww.}
harden
wapenen
pantseren {ww.}

ik hard
jij hardt
hij/zij/het hardt

ik hard
jij hardt
hij/zij/het hardt
» meer vervoegingen van harden

's Nachts zet ik mijn paprikaplantjes bij het open raam, zodat ze een beetje kunnen harden voor ik ze buiten poot, want ze hebben nu nog zulke dunne steeltjes.
's Nachts zet ik mijn paprikaplantjes bij het open raam, zodat ze een beetje kunnen harden voor ik ze buiten poot, want ze hebben nu nog zulke dunne steeltjes.
pantseren {ww.}
pantseren {ww.}

ik pantser
jij pantsert
hij/zij/het pantsert

ik pantser
jij pantsert
hij/zij/het pantsert
» meer vervoegingen van pantseren