Vertaling van passagieren


Nederlands
Nederlands
passagieren {ww.}
passagieren {ww.}

ik passagier
jij passagiert
hij/zij/het passagiert

ik passagier
jij passagiert
hij/zij/het passagiert
» meer vervoegingen van passagieren

passagieren {ww.}
passagieren {ww.}

ik passagier
jij passagiert
hij/zij/het passagiert

ik passagier
jij passagiert
hij/zij/het passagiert
» meer vervoegingen van passagieren