Vertaling van preluderen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
alluderen, preluderen, zinspelen {ww.}
alluderen
preluderen
zinspelen {ww.}
preluderen
zinspelen {ww.}
ik alludeer
jij alludeert
hij/zij/het alludeert
ik alludeer
jij alludeert
hij/zij/het alludeert
» meer vervoegingen van alluderen