Vertaling van rimpelloos
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
strak, rimpelloos {bn.}
strak
rimpelloos {bn.}
rimpelloos {bn.}
ongestoord, onbeperkt, ongehinderd, rimpelloos {bn.}
ongestoord
onbeperkt
ongehinderd
rimpelloos {bn.}
onbeperkt
ongehinderd
rimpelloos {bn.}