Vertaling van slaapplaats

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
slaapplaats [v], nachtleger {zn.}
slaapplaats [v]
nachtleger {zn.}
slaapkamer [v], slaapplaats [v] {zn.}
slaapkamer [v]
slaapplaats [v] {zn.}
Ik hoorde een geluid in de slaapkamer.
Ik hoorde een geluid in de slaapkamer.
Ze ging de trap op naar haar slaapkamer.
Ze ging de trap op naar haar slaapkamer.
rustplaats, slaapgelegenheid [v] (de ~), slaapplaats [m] (de ~) {zn.}
rustplaats
slaapgelegenheid [v] (de ~)
slaapplaats [m] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan slaapplaats

nachtleger - slaapkamer - rustplaats - slaapgelegenheidoord