Vertaling van sluieren
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
sluieren {ww.}
sluieren {ww.}
ik sluier
jij sluiert
hij/zij/het sluiert
ik sluier
jij sluiert
hij/zij/het sluiert
» meer vervoegingen van sluieren
omsluieren, sluieren {ww.}
omsluieren
sluieren {ww.}
sluieren {ww.}
ik omsluier
jij omsluiert
hij/zij/het omsluiert
ik omsluier
jij omsluiert
hij/zij/het omsluiert
» meer vervoegingen van omsluieren