Vertaling van soldaat
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
soldaat , krijgsman {zn.}
soldaat
krijgsman {zn.}
krijgsman {zn.}
Hij was een dapper soldaat.
Hij was een dapper soldaat.
De gewonde soldaat kon amper lopen.
De gewonde soldaat kon amper lopen.
soldaat {zn.}
soldaat {zn.}
De soldaat was gewond aan het been.
De soldaat was gewond aan het been.
soldaat , landsverdediger {zn.}
soldaat
landsverdediger {zn.}
landsverdediger {zn.}
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
Hij was een dapper soldaat.
Hij was een dapper soldaat.
De gewonde soldaat kon amper lopen.
De gewonde soldaat kon amper lopen.
De soldaat was gewond aan het been.
De soldaat was gewond aan het been.